Hoe voorkom je verspreiding van ziekten via machines?
Ziekteverspreiding via machines voorkom je door schoon te werken, percelenvolgorde te plannen en machines waar nodig te reinigen.
Machines kunnen grond, plantresten, zaden en ziekteverwekkers meenemen van het ene perceel naar het andere. Dat risico wordt groter bij natte omstandigheden, veel grond aan banden of machines die tussen bedrijven worden gedeeld.
Plan de volgorde
Werk waar mogelijk van percelen met lage ziektedruk naar percelen met hogere ziektedruk. Ga niet zonder nadenken van een probleemperceel naar schoon uitgangsmateriaal of jonge aanplant. Een eenvoudige werkvolgorde kan veel verspreiding voorkomen.
Reinig gericht
Niet elke machine hoeft na elk perceel volledig schoon, maar bij bekende risico’s is reinigen belangrijk. Denk aan rooimachines, plantmachines, trekkers, kisten, spuitmachines en werktuigen met veel grondcontact. Reinig op een plek waar grond en spoelwater geen nieuw probleem veroorzaken.
Maak afspraken bij gedeelde machines
Loonwerkers, buren of meerdere bedrijfslocaties maken het risico complexer. Spreek af hoe schoon een machine aankomt, welke percelen risicovol zijn en waar wordt gereinigd. Leg bijzondere situaties vast, zodat later duidelijk is wat is gedaan.
Combineer met teeltmaatregelen
Machinehygiëne staat niet los van vruchtwisseling, uitgangsmateriaal en perceelshistorie. Zie het als één onderdeel van preventieve gewasbescherming. Hoe lager de basisdruk, hoe minder je later hoeft te corrigeren.
Veelgestelde vragen
Wanneer is reinigen nodig?
Vooral na risicopercelen, bij grondgebonden ziekten en wanneer machines tussen percelen of bedrijven wisselen.
Is routing belangrijk?
Ja. Werk waar mogelijk van schoon naar risicovol om verspreiding te beperken.