Wind en weer: wanneer kun je beter niet spuiten?
Spuit bij weinig wind en gematigd weer. Bij te veel wind neemt de drift snel toe; bij hitte verdampt de vloeistof; bij windstilte 's avonds kan inversie optreden. Kies je moment bewust.
Of je verantwoord kunt spuiten hangt niet alleen van je machine af, maar vooral van de omstandigheden. Vier factoren zijn bepalend.
1. Wind
Te veel wind vergroot de drift snel. Spuit daarom bij weinig tot matige wind. Met driftreducerende doppen wordt vaak tot circa 5 m/s aangehouden, maar het exacte maximum hangt af van je techniek en het etiket. Let ook op de windrichting ten opzichte van sloten en gevoelige percelen.
2. Windstilte en inversie
Volledig windstil is niet vanzelf ideaal. Bij temperatuurinversie (vaak op heldere, windstille avonden) blijft warme lucht onder koude lucht hangen. Fijne druppels blijven dan lang zweven en kunnen zich over grote afstand verplaatsen. Een licht briesje is dan beter dan doodse stilte.
3. Hitte en verdamping
Bij hoge temperaturen verdampt spuitvloeistof sneller, waardoor de werking daalt en fijne druppels makkelijker verwaaien. Spuit bij warm weer bij voorkeur in de koelere ochtend of avond.
4. Regen
Spuiten vlak voor regen kan het middel wegspoelen (afhankelijk van het regenvast-zijn van het middel). Kijk vooruit naar de weersverwachting.
Kort samengevat
Kies bewust je moment: weinig wind, niet te warm, geen regen op komst, en let op inversie in de avond. Zo voorkom je drift én verlies van werking. Zie ook driftreductie eenvoudig uitgelegd.
Veelgestelde vragen
Mag ik bij windstil weer altijd spuiten?
Niet per se. Bij windstilte in de avond kan temperatuurinversie optreden: fijne druppels blijven dan lang hangen en verplaatsen zich onvoorspelbaar. Een klein beetje wind is vaak juist beter.
Is er een harde windgrens?
Dat hangt af van je techniek en het etiket. Met driftreducerende doppen wordt vaak tot circa 5 m/s aangehouden; controleer altijd het voorschrift van het middel.