Illustratie bij Teeltgerichte kennis
Teeltgerichte kennis

Weerbaar telen: minder afhankelijk van gewasbeschermingsmiddelen

Weerbaar telen richt zich op teeltsystemen die van nature robuust zijn en minder afhankelijk van chemische middelen. WUR onderzoekt dit in onder meer aardbei, appel en akkerbouw. Dit is wat het inhoudt en wat je nu al kunt toepassen.

Voor telers die de basis allang beheersen, ligt de volgende stap niet in nóg een middel, maar in een weerbaarder teeltsysteem. Weerbaar telen betekent dat je gewas en bedrijf van nature beter bestand zijn tegen ziekten, plagen en onkruiden, zodat je minder vaak hoeft in te grijpen. Wageningen University & Research (WUR) doet hier binnen het Programma Weerbaar Telen uitgebreid onderzoek naar, als onderdeel van de bredere beweging richting 2030.

Wat is weerbaar telen?

Het doel van het programma is, in WUR’s woorden, teeltsystemen te ontwikkelen die intrinsiek robuust zijn en niet afhankelijk van chemische gewasbeschermingsmiddelen, op laag-risicomiddelen na, met behoud van economisch perspectief voor de teler. Het is dus geen pleidooi tegen middelen, maar een verschuiving: van bestrijden achteraf naar een systeem dat problemen vóór is.

De bouwstenen

WUR bouwt de weerbaarheid op uit een combinatie van maatregelen die elkaar versterken:

  • Goed uitgangsmateriaal — gezond, weinig vatbaar plant- en zaaigoed.
  • Een gezonde bodem — een goed functionerende bodem geeft een sterker, minder vatbaar gewas.
  • Een biodiverse omgeving — natuurlijke vijanden en variatie die plagen onderdrukken.
  • Innovatieve technieken — die ingrijpen preciezer en minder risicovol maken.

Het onderzoek loopt in uiteenlopende teelten, van aardbei en appel tot de akkerbouwrotatie met aardappelen, bieten, peen en uien, en leidt tot prototypes van duurzame teeltsystemen met 2030 als horizon.

In de praktijk: de systeemproef in Lelystad

Het blijft niet bij theorie. In een meerjarige veldproef in Lelystad (2018-2025) legt WUR twee teeltsystemen naast elkaar: de helft volgens Integrated Crop Management (ICM), de helft volgens de gangbare praktijk, elk in zowel een vierjarige als een achtjarige rotatie. De ICM-aanpak stapelt vooral preventieve maatregelen, zodat er minder vaak met gewasbeschermingsmiddelen hoeft te worden ingegrepen. Onderzoekers volgen doorlopend de ziekte-, plaag- en onkruiddruk, het middelengebruik, de opbrengst, het saldo en de milieubelasting. Zo wordt zichtbaar wat een weerbaarder systeem in de praktijk oplevert én wat het kost, en dat een langere rotatie de bodemgebonden ziekte- en plaagdruk helpt verlagen.

Wat kun je er nu al mee?

Je hoeft niet op de eindresultaten te wachten. De principes sluiten naadloos aan op geïntegreerde gewasbescherming (IPM), die je al toepast:

  • Kies bewust rassen die minder vatbaar zijn.
  • Investeer in bodemgezondheid en een goede vruchtwisseling.
  • Benut natuurlijke plaagbestrijding en biodiversiteit rond je percelen.
  • Monitor scherp, zodat je gericht en op tijd ingrijpt in plaats van routinematig.

Waarom dit voor jou telt

Weerbaar telen is de richting waarin het beleid en de praktijk bewegen. Wie de weerbaarheid van zijn systeem nu al vergroot, wordt minder kwetsbaar als een middel wegvalt of een toelating verandert, en houdt de resterende middelen effectiever. Dat is geen ideologie, maar risicospreiding. Deze denklijn komt terug in de teeltgerichte nascholing.

Veelgestelde vragen

Betekent weerbaar telen dat ik geen middelen meer gebruik?

Nee. Het doel is een teeltsysteem dat van nature robuuster is, zodat je minder hoeft in te grijpen. Chemische middelen blijven beschikbaar als sluitstuk, maar je leunt er minder op.

Is dit alleen theorie?

Nee. WUR onderzoekt weerbare teeltsystemen in de praktijk, onder meer in aardbei, appel en de akkerbouwrotatie, met prototypes richting 2030.

Bekijk cursussen Vraag advies
WhatsApp met Marko