Illustratie bij Regels & wetgeving
Regels & wetgeving

Spuiten en weersomstandigheden: wanneer wel en niet

Het weer bepaalt voor een groot deel of een bespuiting slaagt of juist schade en drift veroorzaakt. Dit zijn de punten waar je op let voordat je de spuit aankoppelt.

Het weer bepaalt voor een groot deel of een bespuiting doet wat je wilt. Wind, temperatuur, luchtvochtigheid en de kans op regen spelen allemaal mee. Met de juiste timing werkt het middel beter en blijft het waar het hoort: op het gewas, niet in de sloot of bij de buren.

Wind: de belangrijkste factor

Wind is de meest voorkomende reden van drift. Bij weinig wind drijven fijne druppels af, bij veel wind waaien ze ver weg. Een lichte, constante wind is meestal gunstiger dan windstil weer, omdat de druppels dan voorspelbaar bewegen.

Let op deze punten:

  • Spuit bij voorkeur met de wind van gevoelige percelen, sloten en woningen af.
  • Pas een driftreducerende dop of techniek toe; daarmee verklein je het aandeel fijne druppels.
  • Stop als de wind toeneemt en je de marge niet meer haalt.

Wat je precies mag, hangt af van het etiket en je gekozen techniek. Lees meer over de aanpak in driftreductie en teeltvrije zones.

Temperatuur, luchtvochtigheid en inversie

Bij hoge temperaturen en lage luchtvochtigheid verdampen kleine druppels snel. Ze worden lichter en verwaaien makkelijker. Vroeg in de ochtend of in de avond is de lucht vaak vochtiger en koeler, wat gunstig kan zijn. Let dan wel op inversie.

Een temperatuurinversie ontstaat bij windstil, helder weer, vaak in de vroege ochtend. De koude luchtlaag vlak boven de grond houdt fijne druppels gevangen. Die kunnen vervolgens als een wolk over grote afstand verplaatsen. Herken je deze omstandigheden, dan kun je beter wachten.

Regen na de bespuiting

Regen kort na het spuiten kan een middel afspoelen voordat het is opgenomen. Daardoor werkt het slechter en komt er meer in het milieu terecht. Veel etiketten noemen hoe lang het droog moet blijven. Houd de buienradar in de gaten en plan je werk in een droog venster.

Het ideale moment

Een goed moment combineert een lichte, constante wind, een redelijke luchtvochtigheid, geen inversie en een droge periode na de bespuiting. Zo’n venster is niet altijd lang, dus voorbereiding helpt. Welke regels en eisen verder voor jouw werk gelden, hangt af van je categorie. Twijfel je daarover, kijk dan bij de spuitlicentie-categorieën.

Houd je twijfels, raadpleeg dan altijd het etiket of vraag advies. Een bespuiting uitstellen is bijna altijd beter dan spuiten onder verkeerde omstandigheden.

Veelgestelde vragen

Bij hoeveel wind mag ik nog spuiten?

Er geldt geen vaste maximale windsnelheid voor alle situaties. Het etiket en de driftreducerende techniek bepalen de marge. Bij toenemende wind neemt het driftrisico snel toe, dus stop op tijd.

Mag ik spuiten als er regen wordt verwacht?

Dat hangt af van het middel. Sommige middelen moeten een tijd droog blijven om te werken. Lees op het etiket of er een regenvaste periode wordt genoemd en plan je bespuiting daaromheen.

Wat is een temperatuurinversie?

Bij een inversie is de lucht vlak boven de grond kouder dan daarboven. Fijne druppels blijven dan hangen en kunnen ver verwaaien. Spuit niet bij windstil, helder weer in de vroege ochtend of avond.

Bekijk cursussen Vraag advies
WhatsApp met Marko