Illustratie bij Regels & wetgeving
Regels & wetgeving

Welke regels gelden voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen?

De hoofdregel is simpel: gebruik alleen toegelaten middelen, volgens etiket en voorschrift, met een juiste registratie en een veilige werkwijze. In dit overzicht lopen we de belangrijkste regels langs.

Wie professioneel met gewasbeschermingsmiddelen werkt, heeft met een flink aantal regels te maken. Ze komen uit Europese en Nederlandse wetgeving en lijken soms een woud, maar in de kern draaien ze om een paar vaste ankers: gebruik alleen toegelaten middelen, houd je aan etiket en voorschrift, registreer je toepassing, en werk veilig voor jezelf, het gewas, de omgeving en het water. Afwijken omdat het in de praktijk handiger lijkt, is nooit een goede basis. Hieronder lopen we de belangrijkste regels op een rij.

1. Gebruik alleen toegelaten middelen

Een gewasbeschermingsmiddel mag in Nederland alleen worden gebruikt als het is toegelaten door het Ctgb en dan uitsluitend voor de toepassingen waarvoor die toelating geldt. Een toelating is dus geen algemeen groen licht: hij hoort bij een specifiek gewas, een specifiek doel (welke ziekte, plaag of onkruid), een dosering en een reeks voorwaarden. Kijk daarom nooit alleen naar de naam van een middel, maar controleer of jouw toepassing binnen de toelating past. Twijfel je, dan raadpleeg je de toelatingendatabank van het Ctgb.

2. Etiket en Wettelijk Gebruiksvoorschrift zijn bindend

Op het etiket staat het Wettelijk Gebruiksvoorschrift (WG) en de Gebruiksaanwijzing (GA). Het WG is bindend: daarin staat onder meer voor welke gewassen en doelen het middel mag, de maximale dosering, het maximale aantal toepassingen, de veiligheidstermijn en verplichte maatregelen zoals driftreductie of een teeltvrije zone. De GA helpt je bij correct gebruik, maar ontslaat je niet van de plicht om het WG te volgen. Lees het etiket dus vóór elke toepassing en niet uit het geheugen. Meer hierover lees je in het etiket lezen: WG en GA.

3. Houd een spuitregistratie bij

Professionele gebruikers moeten kunnen aantonen wat er is toegepast: welk middel, op welk perceel, wanneer, in welke dosering en met welke reden. Deze spuitregistratie is wettelijk verplicht en moet je meerdere jaren bewaren. Noteer bij voorkeur ook de weersomstandigheden en de gebruikte techniek. Doe dit direct na de toepassing, niet weken later uit het hoofd. Een goede registratie is niet alleen bewijs bij een controle, maar ook stuurinformatie: je ziet terug wat werkte en voorkomt fouten bij herhaling of in de volgteelt. Zie spuitregistratie bijhouden.

4. Bescherm jezelf en werk veilig

Regels gaan niet alleen over papier, ze beschermen in de eerste plaats de toepasser. Draag de persoonlijke beschermingsmiddelen die het etiket voorschrijft, denk aan handschoenen, spuitpak, laarzen en waar nodig gelaats- of ademhalingsbescherming. Werk zorgvuldig bij het aanmaken en vullen van de spuitvloeistof, voorkom morsen en zorg dat je bij calamiteiten weet wat je moet doen. Veilig werken is ook het uitgangspunt van de verplichte fysieke bijeenkomst binnen het thema Veiligheid & Techniek.

5. Bescherm de omgeving: drift, water en teeltvrije zones

Een groot deel van de regels beschermt de omgeving, en dan vooral het oppervlaktewater. Langs watergangen gelden teeltvrije zones en de verplichting om driftreducerende technieken te gebruiken, zoals driftarme doppen, een lage spuitboom en aangepaste rijsnelheid. Spuit niet bij te veel wind en let op de afstand tot sloten en kwetsbare terreinen. Ook je erf telt mee: voorkom dat middel of restvloeistof via het erf in het riool of de sloot komt. Verdieping vind je in drift beperken langs watergangen en teeltvrije zones en water.

6. Opslag en afvoer van restanten

Gewasbeschermingsmiddelen moeten veilig en volgens de regels worden opgeslagen: in een aparte, afsluitbare en goed geventileerde ruimte, gescheiden van voer en levensmiddelen, met een vloeistofdichte opvang. Restvloeistof, spoelwater en lege verpakkingen horen niet in de sloot of op het erf, maar worden verwerkt via de juiste route. Zie opslag van gewasbeschermingsmiddelen en restvloeistof en spoelwater.

7. Vakbekwaamheid: je spuitlicentie

Wie professioneel toepast, aanstuurt, adviseert of middelen distribueert, heeft een geldig bewijs van vakbekwaamheid (de spuitlicentie) nodig. Die is vijf jaar geldig en verleng je met erkende nascholing die je online volgt om je spuitlicentie te verlengen, in je eigen tempo. Zo blijft je kennis van regels, techniek en veilig werken actueel. Kijk welke licentie je nodig hebt en hoe je je spuitlicentie verlengt.

Wie gaat waarover?

Rond gewasbescherming zijn meerdere organisaties actief, en die worden vaak door elkaar gehaald. Kort samengevat: het Ctgb beslist over toelatingen, de NVWA houdt toezicht op de naleving, en Bureau Erkenningen beheert de vakbekwaamheid en de puntenregistratie. Wie deze rollen uit elkaar houdt, stelt betere vragen en voorkomt misverstanden. De volledige uitleg staat in Ctgb, NVWA en Bureau Erkenningen: wat is het verschil?.

Kort samengevat: gebruik toegelaten middelen, volg het etiket, registreer nauwkeurig, bescherm jezelf en de omgeving, sla veilig op en houd je vakbekwaamheid op peil. Doe je dat, dan werk je niet alleen volgens de regels, maar ook effectiever en met minder risico.

Veelgestelde vragen

Waar vind ik de officiële toelating van een middel?

Controleer de toelating en het gebruiksvoorschrift via de toelatingendatabank van het Ctgb en het etiket van het middel. Beide zijn leidend voor wat is toegestaan.

Wie controleert de naleving?

De NVWA houdt toezicht op het professionele gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, van toelating en etiketgebruik tot registratie, opslag en zorg voor de omgeving.

Heb ik een spuitlicentie nodig?

Ja. Voor het professioneel toepassen, aansturen, adviseren of distribueren van gewasbeschermingsmiddelen heb je een geldig bewijs van vakbekwaamheid (spuitlicentie) nodig, dat je elke vijf jaar verlengt met nascholing.

Bekijk cursussen Vraag advies
WhatsApp met Marko