Illustratie bij Gewasbescherming in de praktijk
Gewasbescherming in de praktijk

Monitoring en schadedrempels: zo bepaal je wanneer ingrijpen

Monitoren betekent je gewas regelmatig controleren op ziekten, plagen en onkruiden. Een schadedrempel is het niveau waarboven ingrijpen loont. Onder de drempel wacht je; erboven grijp je gericht in.

Niet elke aantasting vraagt direct om een bespuiting. Door gericht te monitoren en waar mogelijk met schadedrempels te werken, bepaal je eerst wat er speelt, hoe snel het probleem zich ontwikkelt en of ingrijpen nodig is.

Monitoring

Monitoren is je gewas regelmatig en volgens een vaste werkwijze controleren op ziekten, plagen en onkruiden. Zo kun je waarnemingen tussen weken, percelen of afdelingen vergelijken. Alleen af en toe langs een perceelrand kijken geeft vaak een vertekend beeld.

Leg vooraf vast waar je kijkt, hoeveel planten of vallen je beoordeelt en hoe vaak je dat doet. Controleer in een risicoperiode vaker en noteer ook plekken waar je niets vindt. Hulpmiddelen zijn:

  • scouten (systematisch het perceel doorlopen),
  • vangbakken en feromoonvallen voor insecten,
  • waarschuwingssystemen en weer- of teeltmodellen;
  • foto’s en vaste meetpunten om de ontwikkeling terug te zien.

Noteer datum, plaats, gewasstadium, aantallen of aantastingsniveau en relevante omstandigheden. Daarmee wordt een losse waarneming bruikbare informatie voor een beslissing en voor de gewasbeschermingsmonitor.

Schadedrempels

Een schadedrempel is het niveau van aantasting waarboven ingrijpen economisch of teelttechnisch verstandig wordt. De drempel is niet voor ieder gewas, organisme of groeistadium gelijk. Ook opbrengstverwachting, kwaliteitsrisico, aanwezigheid van natuurlijke vijanden en de snelheid waarmee een plaag zich ontwikkelt kunnen meewegen.

Gebruik daarom geen algemeen getal zonder te controleren voor welke teelt en situatie het is bedoeld. Bij sommige ziekten, virusoverbrengers of quarantaineschadelijke organismen kan een gewone economische drempel niet passend zijn. Volg dan de specifieke teeltadviezen en wettelijke aanwijzingen.

Van waarneming naar maatregel

  1. Stel vast wat je ziet. Een verkeerde herkenning leidt tot een verkeerde maatregel.
  2. Beoordeel omvang en ontwikkeling. Gaat het om één plek of neemt de druk toe?
  3. Vergelijk met een passende drempel of beslisregel. Gebruik een bron die bij gewas en stadium past.
  4. Bekijk niet-chemische opties. Denk aan hygiëne, mechanisch werk, klimaatsturing of bescherming van natuurlijke vijanden.
  5. Kies alleen indien nodig een toegelaten maatregel. Controleer etiket, timing en techniek.
  6. Evalueer het resultaat. Kijk na de maatregel opnieuw op dezelfde plekken.

Waarom dit loont

  • Minder middelen en dus lagere kosten.
  • Minder resistentiedruk doordat je niet routinematig spuit.
  • Betere timing: je grijpt in op het juiste moment en kunt een plaatselijke aanpak overwegen.
  • Betere onderbouwing: je kunt uitleggen waarom je wel of niet hebt behandeld.

Onderdeel van IPM

Monitoring en schadedrempels zijn belangrijke onderdelen van geïntegreerde gewasbescherming. Ze helpen om een maatregel te onderbouwen, maar vervangen vakkennis en veldcontrole niet. Zie ook preventief versus curatief en hoe je IPM toepast.

Veelgestelde vragen

Wat is een schadedrempel?

Het niveau van aantasting waarboven ingrijpen economisch of teelttechnisch verstandig is. Onder die drempel weegt de schade niet op tegen de kosten en belasting van een bespuiting.

Hoe vaak moet ik monitoren?

Regelmatig en gericht, afhankelijk van gewas en seizoen. In risicoperiodes vaker. Gebruik eventueel vallen, waarschuwingssystemen of digitale hulpmiddelen.

Bekijk cursussen Vraag advies
WhatsApp met Marko