Gewasbescherming in de fruitteelt: drift, bedekking en timing
In de fruitteelt zijn bedekking en driftreductie extra belangrijk. Beoordeel gewasvolume, wind, randen en het toepassingsmoment, en zorg dat je je dopkeuze kunt onderbouwen.
Fruitteelt vraagt om scherp kijken naar bedekking en drift. Een toepassing moet voldoende in de boom komen, maar niet buiten het perceel belanden. Omdat je in opgaand gewas op en zijwaarts spuit, gaat de nevel de lucht in en liggen sloot, buurperceel en woning al snel binnen bereik.
Hoeveel driftreductie is verplicht in de fruitteelt?
Bij het telen van gewassen in de open lucht moet je een spuittechniek gebruiken die de drift met ten minste 75 procent reduceert ten opzichte van de vastgestelde referentietechniek. Wil je een smallere teeltvrije zone aanhouden, dan mag dat alleen in combinatie met een techniek van ten minste 90 procent driftreductie.
Hoe breed is de teeltvrije zone bij vruchtbomen?
Bij vruchtbomen is de teeltvrije zone 450 centimeter of meer bij 75 procent driftreductie. Werk je met ten minste 90 procent driftreductie, dan mag die zone 300 centimeter of meer zijn. Ter vergelijking: in akkerbouw en vollegrondsgroente gaat het om 150 respectievelijk 100 centimeter.
Waar hangt de bedekking van af?
Van gewasvolume, dopkeuze, luchtinstelling, spuitdruk, rijsnelheid en het moment van toepassen. Een jonge aanplant vraagt iets anders dan een vol bladerdek in juli. Te veel lucht of een verkeerde instelling vergroot de drift zonder dat de bedekking in de boom beter wordt.
Wanneer mag je niet spuiten?
De hoofdregel is dat spuiten bij een windsnelheid van meer dan 5 meter per seconde, ongeveer windkracht 3, niet is toegestaan. Daarnaast bepaalt het etiket wat wel en niet mag. Kijk ook naar temperatuur, luchtvochtigheid en bladnat, want die bepalen mede het resultaat.
Stem de techniek af op het gewas
Kijk voor elke bespuiting naar boomhoogte, bladvolume, rijenafstand en het doel van de toepassing. Pas daar je lucht, doppen, druk en rijsnelheid op aan. Vroeg in het seizoen, bij weinig blad, kun je met minder lucht en minder volume toe. Later is meer nodig om het binnenste van de boom te bereiken. Een instelling die in mei goed voelde, is in augustus zelden nog de beste.
Let ook op de doppen zelf. De indeling van spuitdoppen in driftreducerende dopklassen heeft een geldigheidstermijn van vijf jaar, dus in de DRD-lijst staat bij iedere dop een vervaldatum. Er zijn bovendien aparte meetprotocollen voor neerwaartse en voor op- en zijwaartse bespuiting. Een dop die in de akkerbouw goed scoort, zegt dus niets over jouw dwarsstroomspuit. Zie ook spuitdoppen vervangen bij slijtage.
Timing: waarneming, stadium en veiligheidstermijn
Behandel op basis van waarneming, niet op de kalender. Te laat ingrijpen bij schurft of meeldauw kost werking, terwijl spuiten zonder duidelijke aanleiding onnodige druk geeft op middelen, resistentie en omgeving. Monitoring blijft daarom de basis. Zie schurft in appel herkennen en monitoring en schadedrempels.
Het wettelijk gebruiksvoorschrift is te vergelijken met de bijsluiter bij medicijnen. Daarin staan de toegelaten toepassingen, de dosering, het maximale aantal toepassingen en de voorgeschreven maatregelen. Op het etiket staan ook termijnen, bijvoorbeeld dat er drie dagen moeten zitten tussen de laatste bespuiting en de oogst, en hoe lang het gewas niet herbetreden mag worden. In een teelt waarin je regelmatig snoeit, dunt en plukt, is dat geen detail. Zie het wettelijk gebruiksvoorschrift op het etiket en residuen en MRL uitgelegd.
Randen, watergangen en je bewijslast
Bij randen, sloten en gevoelige objecten werk je extra zorgvuldig. Controleer het etiket en de driftreductie-eis, en gebruik waar nodig aangepaste doppen, een lagere luchtstand of een randinstelling die past bij je apparatuur en voorschrift.
Belangrijk detail dat vaak wordt vergeten: als de toezichthouder erom vraagt, moet je kunnen aantonen dat je met de gebruikte spuittechniek aan de driftreductie-eis voldoet. Zorg dus dat je weet welke doppen erin zitten, in welke klasse ze vallen en tot wanneer die indeling geldig is. Leg dat vast, dan hoef je het bij een controle niet uit je hoofd te reconstrueren.
Wat dit betekent voor je licentie
Techniek, drift en teeltkeuzes in de boomgaard komen terug in de online cursus Fruitteelt Teelt, goed voor een nascholingspunt in het thema Teelt. Wil je weten welke cursussen bij jouw bedrijf passen, kijk dan bij spuitlicentie verlengen voor fruittelers. Voor UG en BG blijft daarnaast één fysieke bijeenkomst Veiligheid & Techniek verplicht.
Veelgestelde vragen
Waarom is drift in fruitteelt zo belangrijk?
Omdat je in opgaande teelten op en zijwaarts spuit. De spuitnevel gaat de lucht in en kan daardoor makkelijker op randen, watergangen en de omgeving terechtkomen dan bij een neerwaartse bespuiting.
Waar hangt bedekking vanaf?
Van gewasvolume, dopkeuze, luchtinstelling, rijsnelheid, druk en timing. Meer lucht geeft niet automatisch een betere bedekking, maar wel meer kans op drift buiten de boomgaard.
Hoeveel driftreductie geldt er in de fruitteelt?
Ook in de fruitteelt moet je spuittechniek de drift met ten minste 75 procent reduceren. Wil je een smallere teeltvrije zone aanhouden, dan is ten minste 90 procent driftreductie nodig. Juist bij hoge boomgaardbespuitingen telt dat zwaar.
Hoe breed is de teeltvrije zone bij vruchtbomen?
Bij vruchtbomen geldt 450 centimeter of meer bij 75 procent driftreductie. Met ten minste 90 procent driftreductie mag die zone 300 centimeter of meer zijn. Controleer daarnaast altijd je etiket.