Illustratie bij Gewasbescherming in de praktijk
Gewasbescherming in de praktijk

Fusarium in granen: risico's, DON en wat je op het perceel doet

Aarfusarium verlaagt de opbrengst en kan mycotoxines zoals DON vormen. Met de juiste teeltkeuzes, goede monitoring en een bespuiting rond de volle bloei houd je het risico klein.

Fusarium is een schimmelziekte die vooral in tarwe en andere granen voor problemen zorgt. Bij een aantasting van de aar (aarfusarium) daalt niet alleen de opbrengst en het duizendkorrelgewicht, maar vormt de schimmel ook mycotoxines. De bekendste is DON (deoxynivalenol), waarvoor wettelijke maximumgehalten gelden in graan voor voeding en voer.

Wat is fusarium in granen?

Fusarium is een groep schimmels die de aar aantast tijdens de bloei. In granen is Fusarium graminearum de belangrijkste veroorzaker. Aangetaste pakjes of aargedeelten verbleken vroeg, terwijl het gewas eromheen nog groen staat. Naast opbrengst- en kwaliteitsverlies vormt de schimmel gifstoffen die in graan en voer belanden.

Waarom is DON een probleem?

Mycotoxines zijn gifstoffen die door schimmels worden aangemaakt, en die besmetting ontstaat vaak al op het veld. De maximumlimieten voor DON en andere mycotoxines staan in EU-Verordening 2023/915. Kom je erboven, dan kan een partij graan worden afgekeurd. Dat raakt je afzet, niet alleen je opbrengst.

Wanneer is het risico op aarfusarium hoog?

De schimmel infecteert de aar tijdens de bloeiperiode, onder vochtige omstandigheden. Is het tijdens de bloei droog, dan is de kans op fusarium klein. Is het voor en tijdens de bloei nat, dan neemt de kans op aarfusarium duidelijk toe. Een vatbaar ras en veel gewasresten aan de oppervlakte werken daaraan mee.

Wanneer bespuit je tegen aarfusarium?

Rond de volle bloei. Dan is de aar vatbaar, en buiten dat venster zakt de werking snel. Een bespuiting is geen garantie, want het weer voor en tijdens de bloei bepaalt het meeste. Controleer voor je spuit het actuele etiket, de dosering en de weersverwachting.

Welke keuzes maak je op het perceel?

Eén bespuiting lost fusarium niet op. De winst zit in een reeks kleine beslissingen die je vaak al maanden eerder neemt.

  • Rassenkeuze. Tussen rassen zit verschil in vatbaarheid. Kies op een risicoperceel bewust een minder vatbaar ras.
  • Vruchtwisseling. Mais als directe voorvrucht vergroot het risico. Kun je dat niet vermijden, wees dan extra scherp op de rest van je maatregelen.
  • Gewasresten. Resten aan de oppervlakte zijn de plek waar de schimmel overleeft. Werk ze goed onder of voer ze af.
  • Weer volgen. Houd de verwachting rond de bloei in de gaten. Nat weer in dat venster is je belangrijkste signaal.
  • Timing. Plan de bespuiting op de volle bloei, niet op de dag dat de spuit toevallig vrij is.

Zie ook vruchtwisseling, bodemgezondheid en hygiëne en monitoring en schadedrempels.

Techniek: je moet de aar echt raken

Bij aarfusarium spuit je op een smal, rechtopstaand doel. Een instelling die prima werkt voor een bladbespuiting schiet daar vaak tekort. Let op een goede raakvlakbedekking van de aar, stem je dopkeuze en druk daarop af en houd de rijsnelheid rustig. Beperk tegelijk de drift, want de bloei valt regelmatig in een periode met wisselvallig weer. Meer daarover in de juiste spuitdop kiezen en wind: wanneer niet spuiten.

Werk je met een middel dat je vaker inzet, let dan ook op resistentie. Wissel werkingsmechanismen af en gebruik de volle dosering volgens etiket in plaats van een halve gok. Zie resistentie voorkomen bij schimmelbestrijding.

Vergeet de plaagkant niet

Aantasting door de tarwegalmug kan een invalspoort vormen voor schimmels als aarfusarium. In onderzoek leidde het bestrijden van tarwegalmug en bladluis tot minder aarfusarium, al gaf dat geen eenduidig effect op het DON-gehalte. Het is dus geen aparte DON-maatregel, maar wel een goede reden om de plaagdruk in het gewas serieus te volgen.

Wat de controles laten zien

De NVWA bemonstert granen en graanproducten op mycotoxines. In het nationale plan van 2024 ging het om 53 monsters granen en graanproducten. In 18 daarvan werden mycotoxines aangetroffen en werd de maximumlimiet vier keer overschreden. DON zelf werd in drie monsters gevonden, binnen de toegepaste limieten van 500 tot 1.750 microgram per kilo. De meeste partijen blijven dus binnen de norm, maar de ruimte is niet altijd groot.

Dit is IPM in de praktijk

Fusarium is een schoolvoorbeeld van geïntegreerde gewasbescherming: eerst teeltmaatregelen, dan monitoring, en pas daarna een gerichte bespuiting. Precies die afweging staat centraal in de online cursus Akkerbouw Teelt, waarmee je een nascholingspunt haalt in het thema Teelt voor het verlengen van je spuitlicentie.

Veelgestelde vragen

Is fusarium gevaarlijk voor mens en dier?

De schimmel kan mycotoxines zoals DON vormen die ongewenst zijn in voedsel en diervoeder. Daarom gelden er wettelijke maximumgehalten voor DON in granen, vastgelegd in EU-Verordening 2023/915.

Wanneer bespuit ik tegen aarfusarium?

De bloei is het meest kritieke moment. Een bespuiting rond de volle bloei geeft doorgaans de beste bescherming. Controleer altijd het actuele etiket en de weersomstandigheden.

Kan een partij graan worden afgekeurd door fusarium?

Ja. Als het DON-gehalte boven de wettelijke maximumlimiet uitkomt, kan een partij worden afgekeurd. Dat raakt je afzet en niet alleen je opbrengst.

Helpt een bespuiting altijd tegen DON?

Nee. Het weer voor en tijdens de bloei bepaalt het meeste. Een goed getimede bespuiting verlaagt het risico, maar teeltmaatregelen zoals rassenkeuze en het opruimen van gewasresten wegen minstens zo zwaar.

Bekijk cursussen Vraag advies
WhatsApp met Marko