Arbeidsinspectie in de kas: waar zij op let en jij vaak niet
Veel glastuinbouwbedrijven bereiden zich voor op de NVWA en worden verrast door de Arbeidsinspectie. Die kijkt naar RI&E, uitzendkrachten en voorlichting. Juist op het snijvlak met gewasbescherming gaat het mis.
Een teler die zijn zaken op orde heeft, denkt bij een controle meestal aan de NVWA. Etiket, spuitregistratie, opslag, toelating. Daar wordt op geanticipeerd, daar is over nagedacht.
En dan staat de Arbeidsinspectie op de stoep, met een heel andere vragenlijst.
Twee toezichthouders, twee brillen
Het helpt om te begrijpen waar die twee vandaan komen. De NVWA handhaaft de regels rond gewasbeschermingsmiddelen: mag dit middel hier, in deze dosering, op dit gewas. Het beschermde belang is het milieu, de consument en een eerlijke markt.
De Nederlandse Arbeidsinspectie valt onder het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en heeft één beschermd belang: de werknemer. Of het werk eerlijk, gezond en veilig is.
Kijk je naar wat de Arbeidsinspectie in de glastuinbouw als hoofdrisico’s benoemt, dan valt op dat gewasbescherming er niet bij staat. Hun lijst is: fysieke overbelasting, valgevaar, aanrijdgevaar, machineveiligheid, illegale tewerkstelling, onderbetaling en overtredingen van de Arbeidstijdenwet. Plus de aanwezigheid en kwaliteit van de risico-inventarisatie en -evaluatie.
Dat betekent niet dat middelen buiten beeld blijven. Ze komen alleen via een andere route binnen: niet als middelengebruik, maar als blootstelling van je mensen. En precies daar zit de overlap die in de praktijk over het hoofd wordt gezien.
Waar de twee elkaar raken
Op drie punten lopen de werelden van NVWA en Arbeidsinspectie in elkaar over. Dit zijn de plekken waar een goed draaiend bedrijf toch tegen een probleem aanloopt.
1. Herbetreding en re-entry
Dit is het onderwerp waar het vaakst misgaat, omdat het precies tussen de twee toezichthouders in valt.
Het onderscheid is belangrijker dan het lijkt. Herbetreding is het betreden van een behandelde ruimte, bijvoorbeeld even een rondje lopen om te kijken hoe het gewas erbij staat. Re-entry is werken in het behandelde gewas: oogsten, opbinden, dieven, gewasverzorging.
De termijn staat op het etiket en in het veiligheidsinformatieblad, en verschilt sterk per middel: van nul tot veertien dagen. Voor de NVWA is die termijn een gebruiksvoorschrift. Voor de Arbeidsinspectie is het de bescherming van je werknemer tegen blootstelling.
In een kas telt dit zwaarder dan buiten. Een gesloten ruimte, hoge luchtvochtigheid, weinig ventilatie en werk waarbij je met je hele lichaam tussen het gewas zit. Het contactoppervlak is enorm vergeleken met werk op een perceel.
De praktijkvraag is bijna nooit “wat staat er op het etiket”, maar “wie weet dat het er staat”. De spuiter weet het. Weet de ploeg die de volgende ochtend komt oogsten het ook? En de uitzendkracht die er die week voor het eerst rondloopt?
2. Persoonlijke beschermingsmiddelen
Op het etiket staat welke PBM nodig zijn bij toepassing. Maar de werkgeversplicht gaat verder dan het uitdelen ervan. Je moet zorgen dat ze beschikbaar zijn, dat ze passen, dat ze onderhouden worden, en dat mensen ze daadwerkelijk dragen.
Dat laatste is een handhavingspunt. Een kast vol ongebruikte overalls voldoet niet. Bij warmte in de kas is de verleiding om de handschoenen uit te laten groot, en juist dan is de opname via de huid het hoogst.
Denk ook aan de mensen die niet spuiten. Een medewerker die binnen de re-entry-termijn het gewas in moet, heeft ook bescherming nodig: huid zoveel mogelijk bedekt, lange mouwen, lange broek. Dat wordt vaak alleen aan de toepasser gekoppeld.
3. Voorlichting, en dan vooral aan uitzendkrachten
Hier ligt in de glastuinbouw het grootste risico, en het is een risico dat weinig met techniek te maken heeft.
De Arbeidsinspectie is er duidelijk over: werk je met uitzendkrachten, dan ben je als inlenend bedrijf medeverantwoordelijk voor hun veiligheid en gezondheid. Vóórdat iemand aan het werk gaat, moet je informeren over het werk, de risico’s en de maatregelen. Expliciet genoemd: het omgaan met gevaarlijke stoffen en de draagplicht van persoonlijke beschermingsmiddelen.
Daar komt een administratieve verplichting bij die vaak wordt vergeten: je bent als inlener verplicht je RI&E vooraf naar het uitzendbureau te sturen. Het uitzendbureau moet die vervolgens bij de uitzendkracht krijgen.
De taalbarrière is een veiligheidsrisico
In de glastuinbouw werken veel medewerkers die het Nederlands beperkt beheersen. Dat is geen randverschijnsel maar de norm in grote delen van de sector.
De Arbowet vraagt in artikel 8 om doeltreffende voorlichting. Dat woord doet het werk. Voorlichting is niet doeltreffend als de ontvanger hem niet begrijpt. In de praktijk betekent dat: instructie in een taal die de medewerker beheerst, en op zijn taalniveau.
Wat daarbij hoort:
- Leg de instructie aantoonbaar vast, zodat je kunt laten zien dát er geïnstrueerd is
- Geef informatie ook op schrift mee, waar nodig in de eigen taal, aangevuld met beeld: foto’s, pictogrammen of een korte film
- Controleer of de instructie begrepen is, niet of hij gegeven is
- Laat iemand pas zelfstandig werken als dat vaststaat
Een handtekening onder een Nederlandstalig formulier is geen bewijs van begrip. Bij een ongeval is dat het eerste wat wordt bekeken.
Dit is ook precies waarom taal bij vakbekwaamheid meer is dan een servicepunt. Een medewerker die zijn nascholing in het Nederlands volgt terwijl hij die taal maar half beheerst, haalt misschien zijn punt, maar neemt de kennis niet mee de kas in. Bij AgriLearn is het cursusmateriaal daarom ook in het Engels en Pools beschikbaar.
De RI&E is het scharnierpunt
Alles hierboven komt samen in één document. De risico-inventarisatie en -evaluatie is verplicht, en de Arbeidsinspectie controleert zowel op aanwezigheid als op kwaliteit. Bij het bijbehorende Plan van Aanpak kijken ze of je ook echt doet wat je hebt opgeschreven.
Voor gewasbescherming betekent een bruikbare RI&E dat je per middel of middelengroep hebt vastgelegd wie eraan blootgesteld kan worden, welke termijnen gelden, welke PBM nodig zijn en hoe je dat communiceert naar vaste medewerkers én uitzendkrachten.
Voor de glastuinbouw bestaat een eigen arbocatalogus, ontwikkeld door werkgevers en werknemers en getoetst door de Arbeidsinspectie. Dat is geen vrijblijvende folder: als je de daarin beschreven oplossingen volgt, weet je dat je aanpak geaccepteerd wordt.
Vier dingen die je deze week kunt regelen
Dit hoeft geen groot project te worden. De meeste verbetering zit in het zichtbaar maken van wat je al weet.
- Hang de re-entry-termijn op de plek waar hij nodig is. Niet in een map, maar bij de ingang van de afdeling, met datum en tijdstip van de bespuiting. Zo ziet een ploegleider het zonder te hoeven vragen.
- Controleer of je RI&E daadwerkelijk bij je uitzendbureau ligt. Bij de meeste bedrijven die denken dat dit geregeld is, blijkt het één keer gebeurd bij het eerste contract.
- Toets één instructie op begrip. Vraag een anderstalige medewerker in zijn eigen woorden na te vertellen wat hij moet doen als hij middel op zijn huid krijgt. Het antwoord vertelt je meer dan je registratie.
- Kijk of je PBM-voorziening ook de niet-spuiters dekt. Oogstploegen en gewasverzorgers vallen vaak buiten de regeling.
De rode draad is dat de kennis niet bij één persoon mag zitten. Op een bedrijf waar alleen de licentiehouder weet wanneer het gewas veilig is, hangt de veiligheid van tien mensen aan de aanwezigheid van één.
Zie ook: persoonlijke beschermingsmiddelen bij gewasbescherming, veilig werken in de glastuinbouw en het verschil tussen Ctgb, NVWA en Bureau Erkenningen.
Veelgestelde vragen
Controleert de Arbeidsinspectie op gewasbeschermingsmiddelen?
Niet als hoofdthema. De Arbeidsinspectie richt zich in de glastuinbouw op RI&E, fysieke belasting, valgevaar, aanrijdgevaar, machineveiligheid en eerlijk werken met uitzendkrachten. Gewasbescherming komt in beeld via blootstelling van werknemers: PBM, voorlichting en herbetreding.
Wat is het verschil tussen herbetreding en re-entry?
Herbetreding is het betreden van een behandelde ruimte, bijvoorbeeld voor een controlerondje. Re-entry is werken in het behandelde gewas zelf. De termijn staat op het etiket en het veiligheidsinformatieblad en loopt afhankelijk van het middel van nul tot veertien dagen.
Moet ik uitzendkrachten dezelfde instructie geven als eigen personeel?
Ja. Als inlenend bedrijf moet je de uitzendkracht vóór aanvang informeren over het werk, de risico's en de maatregelen, waaronder het omgaan met gevaarlijke stoffen en de draagplicht van PBM. Je bent ook verplicht je RI&E vooraf naar het uitzendbureau te sturen.
In welke taal moet ik anderstalige medewerkers instrueren?
In een taal die ze beheersen en op hun taalniveau. De Arbowet eist doeltreffende voorlichting, en dat is het niet als de boodschap niet aankomt. Leg instructie aantoonbaar vast en controleer of die begrepen is voordat iemand zelfstandig aan het werk gaat.