Illustratie bij Ziekten, plagen & onkruiden herkennen
Ziekten, plagen & onkruiden herkennen

Aardvlo in suikerbieten herkennen en beheersen

Ronde gaatjes in kiembladeren en eerste echte bladeren kunnen wijzen op aardvlo. Controleer het insect zelf en beoordeel schade, gewasstadium en ontwikkeling samen.

Aardvlo in suikerbieten herken je aan kleine, ronde vraatgaatjes in de kiembladeren en de eerste echte bladeren. Het beeld wordt vaak hagelschot genoemd. De veroorzaker is een klein, glimmend kevertje dat bij verstoring snel wegspringt.

De schade kan vlak na opkomst zwaar meetellen. Een jonge bietenplant heeft nog weinig blad en kan daardoor relatief veel bladoppervlak verliezen. Toch is niet ieder rond gaatje automatisch bewijs voor aardvlo. Controleer daarom ook of je het insect zelf kunt vinden.

De drie belangrijkste kenmerken

Let bij jonge suikerbieten op deze combinatie:

  1. Kleine ronde gaatjes. Ze zitten vooral in de kiembladeren en eerste echte bladeren.
  2. Een klein glimmend kevertje. Het insect kan donker tot metaalachtig ogen.
  3. Springgedrag. Bij aanraken of verstoring springt het kevertje snel weg.

Droog en warm weer kan de vraat versterken. Loop daarom na opkomst regelmatig door het perceel, zeker wanneer jonge planten moeite hebben om snel door te groeien.

Bekijk aardvlo met extra herkenningsbeelden.

Hagelschot is een aanwijzing, geen einddiagnose

Het ronde vraatbeeld is opvallend, maar niet uniek voor aardvlo. Volgens de IRS-teelthandleiding kunnen bovengrondse springstaarten vergelijkbare ronde gaatjes veroorzaken. Andere kleine bladvretende insecten kunnen op afstand eveneens een vergelijkbaar beeld geven.

Probeer daarom de veroorzaker waar te nemen:

  • bekijk planten rustig voordat je ze aanraakt;
  • let op kleine glimmende kevertjes op of naast het blad;
  • beweeg daarna voorzichtig aan de plant en kijk of een kevertje wegspringt;
  • controleer meerdere planten en plekken in het perceel;
  • noteer waar de schade het sterkst is en of die toeneemt.

Alleen naar één zwaar aangetast plantje kijken geeft geen goed beeld van het hele perceel.

Wanneer is het risico het grootst?

Aardvlo vraagt vooral aandacht in april en mei, kort na opkomst. In dit stadium hebben bieten nog weinig blad om vraat op te vangen. Warm en droog weer is gunstig voor de activiteit van de kever, terwijl de groei van jonge planten onder droge omstandigheden juist kan vertragen.

Beoordeel daarom niet alleen het aantal gaatjes. Kijk ook naar:

  • het ontwikkelingsstadium van de plant;
  • het aandeel planten met schade;
  • de verdeling van de aantasting over het perceel;
  • de snelheid waarmee nieuwe schade ontstaat;
  • de groeikracht en herstelmogelijkheid van het gewas.

Zo voorkom je dat je op een oud vraatbeeld reageert terwijl de veroorzaker niet meer actief is.

Praktische controleronde na opkomst

Gebruik een vaste route door het perceel en neem ook plekken mee waar opkomst of groei achterblijft.

  1. Controleer meerdere rijen verspreid over het perceel.
  2. Bekijk per plek een groep opeenvolgende planten.
  3. Tel niet alleen gaatjes, maar noteer ook het aantal aangetaste planten.
  4. Zoek naar het insect en test voorzichtig het springgedrag.
  5. Leg het gewasstadium, weer en de ligging van de plek vast.
  6. Herhaal de controle om nieuwe vraat van oude schade te onderscheiden.

Lees meer over een vaste werkwijze bij monitoring en schadedrempels.

Beheersen volgens IPM

Bij geïntegreerde gewasbescherming staat een vlotte, gelijkmatige gewasontwikkeling centraal. Een jonge plant die snel doorgroeit, kan vraat doorgaans beter opvangen dan een plant die door kou, droogte of een slechte structuur stilstaat.

Praktische aandachtspunten zijn:

  • zorg voor een goed zaaibed en een zo gelijkmatig mogelijke opkomst;
  • controleer vanaf opkomst regelmatig en leg waarnemingen vast;
  • bepaal of de veroorzaker nog aanwezig en actief is;
  • bescherm natuurlijke vijanden en vermijd onnodige brede insecticide-inzet;
  • baseer een ingreep op schade, gewasstadium, ontwikkeling en bedrijfsprotocol;
  • controleer na een maatregel opnieuw of de vraat stopt en het gewas herstelt.

Meer weten over functionele biodiversiteit? Bekijk biologische bestrijding en natuurlijke vijanden.

Als een gewasbeschermingsmiddel wordt overwogen

Gebruik nooit een product op basis van alleen een oude middelenlijst of een algemeen advies. Toelatingen, toepassingsvoorwaarden en etiketten kunnen veranderen.

Controleer vóór gebruik:

  • of het middel in Nederland is toegelaten;
  • of suikerbiet en het doelorganisme binnen de toelating vallen;
  • welke dosering, toepassingsvoorwaarden en restricties gelden;
  • welke persoonlijke en milieubeschermende maatregelen zijn voorgeschreven.

Het actuele wettelijk gebruiksvoorschrift en etiket zijn leidend. Raadpleeg daarvoor de Ctgb-databank.

Snelle veldcheck

Stel jezelf bij ronde gaatjes in jonge bieten deze vijf vragen:

  • Zitten de gaatjes in kiembladeren of eerste echte bladeren?
  • Zijn de gaatjes klein en rond?
  • Zie ik een klein glimmend kevertje?
  • Springt het insect weg bij verstoring?
  • Ontstaat er nog nieuwe vraat?

De combinatie van vraatbeeld en een waargenomen kevertje maakt aardvlo waarschijnlijker. Bij twijfel is verdere beoordeling verstandiger dan een snelle conclusie.

Wil je dit beeld beter onthouden? Oefen aardvlo met herkenningsvragen of bekijk de cursus Teelt voor de akkerbouw.

Bronnen

Dit artikel geeft algemene vakinformatie. Het vervangt geen teeltadvies voor een specifiek perceel en geen wettelijk gebruiksvoorschrift.

Veelgestelde vragen

Hoe herken je aardvlo in suikerbieten?

Aardvlo veroorzaakt kleine ronde gaatjes in kiembladeren en de eerste echte bladeren. Het kleine, glimmende kevertje springt meestal weg zodra de plant wordt aangeraakt.

Wanneer is aardvlo het schadelijkst?

Jonge bieten zijn het kwetsbaarst vlak na opkomst, wanneer ze nog weinig blad hebben. Controleer het gewas in april en mei extra zorgvuldig, vooral bij droog en warm weer.

Is ieder rond gaatje door aardvlo veroorzaakt?

Nee. Bovengrondse springstaarten en andere kleine bladvreters kunnen een vergelijkbaar beeld geven. Het waarnemen van het insect zelf maakt de diagnose betrouwbaarder.

Welk middel mag ik tegen aardvlo gebruiken?

Toelatingen veranderen. Controleer altijd de actuele Ctgb-toelating, het wettelijk gebruiksvoorschrift en het etiket. Baseer een toepassing op waarnemingen, gewasstadium en het bedrijfsprotocol.

Bekijk cursussen Vraag advies
WhatsApp met Marko